Navigatie overslaan.
Start
tegen de lawaai- en trillingsoverlast van het Zeeuwse spoor

PZC-verslag zitting Raad van State

Spoorbedrijf ProRail en staatssecretaris Van Geel van Milieubeheer moeten snel rond de tafel om te praten over tussentijdse geluids- en trillingsmaatregelen op het spoortraject Roosendaal-Vlissingen.
Staatsraad Th. Drupsteen van de Raad van State riep gisteren tijdens een spoedprocedure de woordvoerders van ProRail, havenbedrijf Seaports en het ministerie van Vrom (Milieubeheer) op tot overleg. Hij vreest dat het gesteggel over de geluidsoverlast van goederentreinen opnieuw zal ontaarden in een juridische loopgravenoorlog waar niemand, zeker de aanwonenden niet, iets mee op schiet.

Of het tot een constructief overleg zal komen, is nog de vraag. Vrom, de gemeenten langs het spoor en de aanwonenden staan lijnrecht tegenover ProRail en Seaports. De laatsten beenden boos naar de Raad van State omdat staatssecretaris Van Geel een aantal nadere eisen verbonden aan een besluit om de geluidsnormen langs het spoor aan te passen.

De besluiten maken deel uit van een geluidsaneringprogramma dat vanaf 2009 moet leiden tot een aanvaardbaar geluids- en trillingenniveau langs het spoor. ProRail meent dat het niet alle maatregelen in één keer kan nemen en dat het spoorbedrijf tot 2009 de tijd heeft om aan alle landelijke geluidsregels te kunnen voldoen.

De staatssecretaris wil met steun van de gemeenten de komende jaren tot 2009 de herrie en trillingen terugdringen met een tijdelijk een snelheids- en wagonlimiet. Vrom vindt dat op het spoortraject Roosendaal-Vlissingen de goederentreinen niet harder dan zestig kilometer per uur mogen rijden. En per week mogen er 's avonds niet meer dan 260 goederenwagons en 's nachts niet meer dan 344 wagons over het spoor.

ProRail en Seaport zijn woedend dat Van Geel opnieuw met deze beperking op de proppen komt. Immers, vorig jaar nog veegde de Raad van State een aan ProRail opgelegde dwangsom van tafel die dezelfde beperkingen bevatte. De Raad van State vond toen dat de onderbouwing van de dwangsommen niet deugde. Overigens was die dwangsom opgelegd door een aantal Zeeuwse gemeenten op grond van het Besluit geluidhinder spoorwegen(Bgs). Maar het Bgs is op 22 april 2005 gewijzigd, waardoor de gemeenten niet langer dwangsommen aan ProRail kunnen opleggen.

Om iets aan de herrie te kunnen doen moesten Goes en Kapelle eerst bij het ministerie van Vrom aankloppen. Die besloot geen dwangsom op te leggen, maar het geluidsnormenbesluit aan te scherpen. Staatsraad Drupsteen zei dat hij gaat uitzoeken of Vrom dergelijke beperkende eisen in het geluidsnormenbesluit mag opleggen. Volgens ProRail handelde Van Geel in strijd met het Bgs.

ProRail is fel gekant tegen de beperking van het aantal en de snelheid van de goederentreinen van en naar de autoterminal in Vlissingen-Oost, de zogeheten Cobelfrettreinen. Volgens ProRail moeten in dat geval alle treinen tussen Vlissingen en Roosendaal zestig kilometer per uur gaan rijden en treden er forse vertragingen op.

Verdubbeld

Sinds de opening in mei 2003 van de roll-on-roll-terminal in de Vlissingse haven is het aantal goederentreinen op het spoor bijna verdubbeld. De staatsraad wees ook op de verdubbeling van het aantal treinen en zei dat het dan niet vreemd is dat aanwonenden en gemeenten om maatregelen vragen. Maar of de Raad van State ProRail tot maatregelen kan dwingen, is de vraag. Mocht het rechtscollege het besluit van Van Geel schorsen dan kunnen de treinen gewoon blijven doordenderen.

Uitspraak over enkele weken.

Uit de PZC van 10 oktober 2006: Rechter wil overleg ProRail en Vrom over Zeeuwse Lijn
door Jan van Ommen

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.